koen-vermeule

Palet: Interview met Koen Vermeule

Koen Vermeule wil het zien

Een roodharige man ligt languit op de grond. Rust hij? Of heeft hij zijn laatste adem uitgeblazen? Een strohoed linksonder het olieverfschilderij verraadt de identiteit van de man. Koen Vermeule heeft niemand minder dan Vincent van Gogh geschilderd. Hij deed dit op uitnodiging van Cornel Bierens voor Arti et Amicitiae, dat in oktober een expositie aan Van Gogh als inspiratiebron wijdde. Op zijn atelier in een oude school in Amsterdam vertelt hij openhartig over zijn werkwijze en zijn onderwerpen. ‘Vincent’ (2015) blijkt zowel kenmerkend als atypisch voor Vermeule.

Kijken kijken kijken
Atypisch, want Vermeule schildert altijd wat hij ziet. Wat natuurlijk lastig is als je Van Gogh wilt schilderen. Gelukkig kende hij een jongen met een mooie rode baard en kon hij een negentiende-eeuws kostuum lenen. ‘Het was heel wonderlijk, want Van Gogh was opeens heel dichtbij’, vertelt hij enthousiast. Eigenlijk zet hij bijna nooit iets in scène, maar de rest van dit schilderproces is wel kenmerkend voor Vermeule. Hij maakte foto’s van de liggende man en gebruikte die als basis voor zijn schilderij. Zo werkt hij eigenlijk altijd; je zou zijn foto’s als zijn schetsen kunnen beschouwen. Meestal loopt hij buiten rond, en wordt hij opeens geraakt door iets. ‘Ik word vaak gegrepen door momenten niet helemaal duidelijk zijn. Er is in onze wereld heel veel duidelijk, maar ik val op situaties die licht ontregelend zijn.’ Of het nou een grillig tegeltje, de binnenkant van een emmer of een vreemde situatie op straat is. Beeldpoëzie noemt hij die vreemde scenes, die allerlei gedachten oproepen. Soms herkent hij die momenten direct, soms ontdekt hij ze pas later in zijn foto’s. Hij pakt ter illustratie zijn iPhone erbij en laat een foto zien van twee jongens in een galerie. Pas later ontdekte hij een vrouw op de achtergrond. De donkere kleur van haar broek lijkt over te lopen in een hond die zich half achter haar verscholen heeft: er zit een halve hond aan een mens vast. Het beeld zou zomaar tot een nieuw werk van Vermeule kunnen leiden, ook omdat het hem doet denken aan ‘Jonge Vrouw en Hond’ (1913) van Léon Spillaert, een schilder die hij erg bewondert. Zijn rugzak met herinneringen en voorliefdes voor kunstwerken neemt hij altijd mee in zijn werk.

Onduidelijke situaties
Vermeule schildert vaak figuren in, zoals hij het zelf zegt, ‘houdingen die meerdere betekenissen kunnen dragen’. De houding van de roodharige man, doet je misschien denken aan een ouder schilderij van Vermeule: ‘Glasshouse’ (2008). Vermeule schilderde ook hier een man die gestrekt ligt, ditmaal op een muurtje. Wat trekt hem zo aan, aan die liggende figuren? Vermeule: ‘Ik vind het de meest ontwapenende houding die een mens kan aannemen. Het contact met de aarde, tussen leven en dood, tussen droom en het eeuwige niets.’ Doordat de context onduidelijk is, blijft het schilderij vatbaar voor de meest uiteenlopende interpretaties. Is het een slapende zwerver? Is het een dode? Een chillende judoka? Deze onduidelijke situatie combineert hij met een tamelijk eenvoudige ruimte. Een spiegelende raampartij verwordt tot een raster van harde vlakken. De fietsen die in de werkelijkheid op de grond lagen, heeft Vermeule niet geschilderd, want die gaven te veel ruis. Wat rest is hard marmer met daarop een kwetsbare figuur.

Van foto naar gouache naar schilderij
Vermeule speelt graag met het beeld. Sommige beelden werken in één keer, en soms combineert hij twee of drie foto’s. ‘Wat ik een fijn tussenstadium vind, is het maken van werken op papier,’ vertelt hij enthousiast. ‘Als ik het eerste idee heb, maak ik een gouache. Nadat ik de figuur heb geschilderd, schilder ik de achtergrond niet helemaal tegen de figuur aan, zodat je witte gaten krijgt. Dan maak ik een mal waarmee ik de figuur afdek, en met een grote grove kwast schilder ik er lagen overheen. Soms kruipt die verf onder de mal door, of juist niet. Voor mij is dat belangrijk, want dat brengt het onderwerp tot leven. En er komt een ongecontroleerdheid in. Ik forceer mijzelf eigenlijk tot spontaniteit.’ Die lichtbramen die om de figuur zijn ontstaan in Lascaux gouacheverf, probeert hij ook in het uiteindelijke olieverfschilderij te krijgen. Hij zet het beeld eerst op het linnen met een dunne laag acrylverf, en daar gaat hij met olieverf, bij voorkeur van Oudt Hollands Scheveningen, overheen: ‘Dat geeft een heel mooi duo-effect. Sommige stukken laat ik waterig, en andere delen kan ik vrij grof schilderen. Ik werk nu een jaar of tien met die combinatie van dunne lagen en dat gespatel.’ Net als de witte gaten om de figuren, is die afwisseling van acryl en olieverf een techniek om het schilderij te laten ademen. Nu Vermeule al zijn keukengeheimen prijsgeeft, wil hij wel benadrukken dat techniek op de tweede plaats staat. Dat leert hij ook zijn studenten op de kunstacademie. ‘Het gaat erom dat je ontdekt wie je bent en wat je te zeggen hebt. Als je blijft ploeteren, volgt die techniek wel.’

Dichtbij
Vermeule heeft wat te zeggen, maar een stellige boodschap zal je niet snel in zijn werk herkennen. Hij wil mooie schilderijen maken, van ingedikte en ontregelende momenten. Die beelden zijn heel actueel (hij schildert ook bloemetjesjurkjes, mobiele telefoons en graffiti), maar hebben tegelijk door hun gelaten sfeer iets tijdloos. Maar kan Vermeule die momenten niet zelf bedenken? Had hij Van Gogh niet uit zijn hoofd kunnen schilderen, of naar een plaatje uit een boek? Nee, want hij wil dat zijn kunst aan zijn eigen leven verbonden is. Het spreekt Vermeule niet aan om bijvoorbeeld zoals Marlene Dumas te reageren op situaties in Israël of Afrika, of zoals Luc Tuymans in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te duiken. Vermeule wil het niet aan de verbeelding overlaten, hij moet het gezien hebben. Eigenlijk net als Van Gogh.

Dit artikel verscheen in Palet, december-januari 2015-2016