Column VNK: Goede voornemens en acaciablaadjes

Voor de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici schreef ik een column over mijn goede voornemens:

Het is januari, tijd voor de omzetbelasting van het vierde kwartaal 2014. Ja, sexyer kan ik de eerste zin van deze column niet maken. Vier keer per jaar moet ik als zelfstandig kunsthistoricus btw betalen en aftrekken. Saaie administratieve taakjes horen bij het ondernemerschap en er is niemand die dat leuker kan maken.

Ik wil schrijven dat ik in ruil voor het bijhouden van mijn administratie, mooi wel mijn andere uren mag besteden aan kunst. Maar dat is maar ten dele waar. Vertraagde treinen, niet altijd even relevante vergaderingen of eindeloos googlen naar cateraars/websitebouwers/filmmakers nemen ook aardig wat uren in beslag. Ik weet zelfs hoeveel uren ik daaraan besteed, want daar heb ik een app voor. Ik moet namelijk 1225 uur per jaar aan mijn eenmanszaak besteden om bepaalde fiscale voordelen te genieten, en natuurlijk moet ik ook op mijn facturen mijn uren vermelden. Belangrijk dus om de gewerkte tijd te noteren. Tijd is geld, dat wordt zo opeens wel erg concreet. En dan schiet de tijd om kunst te kijken er weleens bij in, want dat zijn doorgaans geen declarabele uren.

Maar ik ben niet voor niets kunstgeschiedenis gaan studeren. Een van mijn voornemens voor 2015 is: minstens één tentoonstelling per week bezoeken. Ik moet schoorvoetend toegeven dat ik meer kunst op mijn beeldscherm zie dan aan de muur, dus zo’n voornemen, zo’n stok achter de deur, is wel handig. Ik bezoek de tentoonstelling van herman de vries (met kleine letters geschreven, want hij gelooft niet in hiërarchie) in het Stedelijk Museum Schiedam. Ik ken het werk van de vries niet zo goed, maar hij vertegenwoordigt Nederland straks op de Biënnale van Venetië dus ik moet het zien. Ik zet mijn tim