Verslag BETER Symposium

BETER SymposiumIk schreef een verslag over het BETER Symposium van TAAK. Op 14 juni 2013 organiseerde het BETER Consortium in MCH Westeinde het BETER Symposium. De onderzoeksresultaten van de interactieve onderzoeksexpositie BETER, de kunst van gezondheid werden hier gepresenteerd en in een dagvullend programma door experts, wetenschappers, medici, kunstenaars, realisten en idealisten samen met het publiek van context voorzien en op waarde geschat.

http://beterconsortium.nl/onderzoeksresultaten

BETER Symposium

Op 14 juni werd dan eindelijk antwoord gegeven op de vraag: hoe gezond is kunst? Hiertoe werden in de afgelopen maanden ruim 58 kunstwerken in Medisch Centrum Haaglanden getest op helende waarde. Doet kunst je goed?

Deze vraag stelde Martijn Engelbregt zich nadat hij zelf ziek was geweest en zich destijds in de steek gelaten voelde door de gezondheidszorg. Hij wilde niet meer met zijn ziekte, maar met zijn gezondheid bezig zijn. Hij merkte dat kunst goed voor hem is, omdat het bijdraagt aan ontspanning. Zijn BETER Consortium probeerde deze hypothese vervolgens op een min of meer wetenschappelijke manier te testen, met fysiologisch en neurologisch onderzoek, maar ook door een kunstroute, een thuisonderzoek en zelfs een test bij dieren. Tot slot werd ook nog gekeken of deelname aan het BETER-project (dat immers als geheel ook een kunstwerk is) een helende werking had.

In dit onderzoek komen twee subjectieve vragen bij elkaar. Wat is kunst? En: hoe gezond voel je je? Dit onderzoek probeert die twee zaken bij elkaar te brengen. Een onmogelijke opgave, maar een moedige poging die zorgt voor veel interessante discussies.

Belangrijk: inschatten als kunst

De meest ‘harde’ data komen van het fysiologisch onderzoek. Als kunst moet zorgen voor ontspanning, is de helende werking van kunst nog best te meten: de mate waarin je zweet, de handen afkoelen of de lachspieren aantrekken. En wat blijkt? Kunst zorgt inderdaad voor iets meer ontspanning, maar eigenlijk vooral bij mensen die zelf bezig zijn met kunst. In de zaal wordt gegrapt dat het dan tijd is voor een ziekenhuis vol kunst uitsluitend voor kunstenaars.

Daarnaast werd de helende werking ook getest bij dieren (wandelende takken lijken een lichte voorkeur te hebben voor kunst), maar het interessants waren de resultaten van de enquêtes die mensen konden invullen als zij de Kunstroute in het ziekenhuis volgden. Kunstenaars konden voor deze route kunst inzenden waarvan zij dachten dat het goed voor de gezondheid zou zijn. Enkele kunstenaars werden gevraagd om een ‘placebokunstwerk’ te maken, hetzelfde kunstwerk maar dan zonder het element dat de kunstenaar als helend beschouwde. Tijdens de route moesten de mensen twee vragen beantwoorden: is dit kunst volgens u? En in hoeverre is dit kunstwerk helend? Dr. Joris H. Janssen was betrokken bij de data-analyse: “Als we de data bekijken, zien we een interessant patroon. De gezondheidsscore hangt af van in hoeverre mensen een kunstwerk inschatten als kunst of placebo. Een kunstwerk dat door een persoon niet als kunst wordt ingeschat, haalt een lagere gezondheidsscore.” Opvallend genoeg maakt het daarbij niet uit of het werk daadwerkelijk door de kunstenaar bedoeld was als placebo.

Workshop: kunst en de omgeving

De workshops bieden deelnemers de mogelijkheid binnen kleinere groepen bepaalde kwesties te bespreken. ‘BETER en de ideale gezonde omgeving’ wordt door Birgitte Louise Hansen en Mirjam Mast geleid. Hoe kan de sfeer in het ziekenhuis ondersteunend zijn voor mensen? Opvallend genoeg zijn bijna alle deelnemers kunstliefhebbers, waardoor de vraag of kunst goed is voor de gezondheid buiten kijf lijkt te staan. Dat is jammer, maar er komen andere interessante kwesties aan bod.

In één groepje zitten toevallig drie mensen die betrokken zijn bij het beheer en de samenstelling van een kunstcollectie in een ziekenhuis.  Terwijl zij ervaringen uitwisselen, blijkt dat doorgaans niet de patiënten, maar de medewerkers van het ziekenhuis overtuigd moeten worden van de waarde van kunst. “Ik moet vechten voor de plaatsing van een werk van een Marijke van Warmerdam of Gerco de Ruijter, toch zeker geen controversiële of ontoegankelijke kunst”,  verzucht een coördinator kunstzaken bij een ziekenhuis in de Randstad, “ik moet opboksen tegen vak 3C in de IKEA of de aquarellen van de buurman.”

Kunst is ook een kwestie van smaak, maar hoe kies je wat in de wachtkamer komt te hangen? Om deze vraag te kunnen bean